Rechter over zzp’er in de zorg: geen gezag, dus geen schijnzelfstandigheid

Terwijl de Belastingdienst brede verwijten blijft maken over schijnzelfstandigheid in de zorg, spreekt de rechter zich inmiddels uit over individuele gevallen. In de uitspraak over een zelfstandige zorgprofessional die werkt voor een zorgorganisatie is er géén sprake van gezag en er is dus géén sprake van schijnzelfstandigheid. De zzp’er in de zorg werkt buiten dienstverband, zo oordeelde de rechter. Werken via een overeenkomst van opdracht voor een zorgorganisatie blijkt volgens de rechter goed mogelijk.
Eindelijk: een uitspraak van de rechter over een zzp’er in de zorg
De rechter sprak zich uit over een zzp’er in de zorg die werkzaam was voor een zorgorganisatie. Het is 2024, het jaar voordat de handhaving schijnzelfstandigheid intensiever werd. Wat waren de omstandigheden tussen opdrachtgever en opdrachtnemer?
- Een zzp logopedist was in 2024 werkzaam voor een logopediepraktijk. Het werk is ingebed binnen de organisatie;
- Dat jaar had de zelfstandige slechts één opdrachtgever; de zorgorganisatie;
- De zzp’er werkte omgerekend voor € 36 per uur;
- Werkzaamheden werden intramuraal verricht; binnen de muren van de zorgorganisatie;
- Een logopedist is níet BIG geregistreerd, maar valt wel onder de kwaliteitswet Wkkgz;
- De zzp’er had geen eigen cliënten, maar bood zorg aan de cliënten van de zorgorganisatie als onderaannemer;
- Er werd geen gebruik gemaakt van eigen materialen; de zzp’er gebruikte materialen van de zorgorganisatie zelf;
- Het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) van de zorgorganisatie werd gebruikt door de zelfstandige;
- De zzp’er vergoedde geen kosten voor het gebruik van ruimtes, materialen of administratieve tools;
- Gedurende de opdracht liet de zzp’er zich geen enkele keer vervangen door een ander.
In deze zaak waren vrijwel alle elementen aanwezig die normaal worden aangevoerd als bewijs voor schijnzelfstandigheid. Toch oordeelde de rechter over deze zzp’er in de zorg dat er geen gezag is, dus geen arbeidsovereenkomst.
Oordeel van de rechter: géén schijnzelfstandigheid
Werken binnen een zorgorganisatie, op locatie, met patiënten van de organisatie met behulp van de systemen en materialen van de opdrachtgever.
Het blijkt allemaal niet doorslaggevend. Wat was het oordeel van de rechter?
- Geen aansturing op de inhoud van het vak, over ‘hoe’ het werk gedaan wordt;
- Er wordt geen verantwoording afgelegd door de zzp’er over het persoonlijk functioneren;
- Welke patiënten geholpen worden en wanneer is aan de professional zelf.
Uitspraak: er is géén arbeidsovereenkomst, maar een overeenkomst van opdracht (zzp).
Het feit dat een zorgprofessional moet werken met een dossier, moet registreren en moet voldoen aan kwaliteitseisen, zegt volgens de rechter niets over een gezagsverhouding. Dat de professional een eigen verantwoordelijkheid heeft volgt namelijk uit de kwaliteitswet Wkkgz en is dwingend recht voor zorgprofessionals in brede zin.
Het oordeel van de rechter staat in schril contrast met de mening van de Belastingdienst die onder meer stelt dat “het ziekenhuis eindverantwoordelijk is … daardoor is per definitie sprake van een bepaalde mate van werkgeversgezag.” Dat is volgens de rechter dus niet automatisch aan de hand. De splitsing tussen ‘verantwoordelijk’ en ‘eindverantwoordelijk’ zijn is door de wetgever in de Wkkgz bepaald en staat dus niet gelijk aan een vorm van gezag.
Belastingdienst heeft zich ‘vergist’
Deze uitspraak bevestigt dat zzp’ers in de zorg werkzaam kunnen zijn voor zorgorganisaties. Toch worden er al lange tijd niet onderbouwde verwijten gemaakt door de Belastingdienst aan het adres van zelfstandigen. Zoals binnen de huisartsenzorg. Begin vorig jaar heeft de Belastingdienst tegen beroepsorganisaties gezegd dat waarnemen als arts ‘zeer waarschijnlijk schijnzelfstandig is’ of zelfs ‘onmogelijk’ zou zijn. Die uitspraken moeten een vergissing zijn geweest zegt fiscaal jurist Jasper Commandeur in een LinkedIn post. Een vergissing met nogal wat gevolgen, want het kostte de Belastingdienst veel tijd om de vergissing toe te geven. Terwijl zorgorganisaties geen zzp’ers inhuren, met alle gevolgen voor patiënten.
Pas na maanden van aanhoudende druk schreef de Belastingdienst dat ‘een algemeen oordeel’ toch niet mogelijk is. Dat blijkt een feit. De beoordeling van schijnzelfstandigheid is altijd al een maatwerkbeoordeling geweest, zo onderstreept Commandeur. Specifieke feiten en omstandigheden, binnen een specifieke situatie moeten allemaal meegenomen worden. In algemene zin een oordeel geven over ‘dé artsenpraktijk’ of ‘de zorgsector’ kan dus helemaal niet. De uitspraak door de rechter onderstreept de noodzaak tot maatwerk en de mogelijkheden die zorgorganisaties met zzp’ers hebben.
Belastingdienst ondermijnt rechtszekerheid zzp’ers in de zorg
De discussie over schijnzelfstandigheid in de zorg wordt vooral gestuurd door een frame dat de Belastingdienst structureel heeft gecommuniceerd. Werken binnen een instelling, onderdeel zijn van een team en werken volgens protocollen zouden allemaal een indicatie zijn voor een dienstverband. In plaats van losse casuïstieken te beoordelen zoals de rechter dat doet, veegt de Belastingdienst de zorgsector op één hoop. Dat beeld zie je terug bij beoordeelde zorgcasussen en de communicatie via www.hetjuistecontract.nl.
De meest voorkomende verwijten?
- Zorg zou niet ‘onder eigen naam en eigen verantwoordelijkheid‘ kunnen worden geboden;
- ‘Ingebed werk = dienstverband’, tegen de uitspraak van de Hoge Raad in;
- De zzp’er in de zorg zou onvoldoende ondernemer zijn.
De Belastingdienst legt steeds de nadruk op kenmerken van de werkomgeving, terwijl de rechtspraak juist uitgaat van een beoordeling van alle feiten en omstandigheden in onderling verband. De zogenaamde ‘holistische toets’. Dat is wat de wet vraagt, maar de Belastingdienst in de praktijk niet uitvoert.
De Belastingdienst gaat selectief om met wetgeving en jurisprudentie rond schijnzelfstandigheid, zo gaven specialisten al eerder aan. Waar de Belastingdienst casus na casus afwijst in de zorg, gaat de rechter daar niet in mee. Daarnaast betrekt de rechter de Wkkgz wetgeving wel degelijk in haar oordeel, terwijl de Belastingdienst die wet juist negeerde.
Eerste uitspraak, direct raak
Natuurlijk is de Belastingdienst er straks als de kippen bij om aan te geven dat dit “slechts één casus is”, die we niet generiek over de hele zorg mogen trekken. Tegelijkertijd trekt diezelfde Belastingdienst al jaren brede conclusies over schijnzelfstandigheid in de zorg, terwijl zij niet iedere individuele arbeidsrelatie toetsen. Zoals het recht vereist.
Waar de Belastingdienst onbewezen beelden geeft over sectoren en werkstructuren, toetst de rechter zoals het hoort op de concrete feiten en omstandigheden van het geval. Daarom is deze uitspraak belangrijk. De eerste uitspraak die rekening houdt met de Wkkgz is gelijk raak.
Laat je dus niet afleiden door het argument dat dit “maar één uitspraak” is. Dit is geen uitzondering, maar een voorbeeld van hoe de juridische toets daadwerkelijk werkt. En daarmee een belangrijk signaal over hoe zzp in de zorg wél beoordeeld moet worden. Als je precies wil weten hoe je de relatie tussen zzp’er en opdrachtgever in de zorg goed regelt, lees dan het Fiscaal Kompas ZZP Zorg. De manier waarop de rechter er naar kijkt komt overeen met deze leidraad uit 2024.
Wat betekent de uitspraak voor zorgorganisaties?
Deze uitspraak laat zien dat het probleem niet zit in het werken met zzp’ers, maar in hoe de samenwerking wordt ingericht. Organisaties die uit voorzorg alle zzp-inzet afbouwen, sturen op schijnzekerheid door een onterecht frame vanuit de Belastingdienst.
Het juridische risico zit niet in de sector of de (intramurale) werkomgeving, maar in de aanwezigheid van gezag in de dagelijkse praktijk. Hoe voorkom je gezag?
- Laat de zorgverlener zelf bepalen hoe de zorg wordt uitgevoerd;
- Geef de zzp’er ruimte in planning en werktijden;
- Vermijd functioneringsgesprekken, beoordelingen of het ter verantwoording roepen;
- Gebruik van EPD en werken volgens de Wkkgz is geen gezag vanuit de organisatie, maar een nationale wettelijke verplichting;
- Werken binnen de organisatie, met cliënten, op locatie en met materialen van de opdrachtgever is wel degelijk mogelijk.
Als je naar het lijstje kijkt wijkt het werk van zzp’ers niet veel af van andere beroepen met professionele autonomie. We schreven al eerder dat de zorgsector weinig gezag kent. Ook richting vaste medewerkers. Werken met zzp’ers in de zorg is en was mogelijk.
Bron: ZZP’er in de zorg