VNO-NCW wil vermogenswinstbelasting in box 3

Werkgeversorganisatie VNO-NCW pleit voor een fundamentele herziening van de belastingheffing in box 3. In plaats van het jaarlijks belasten van zogenoemde papieren winsten, zoals het kabinet voorstelt, zouden particuliere beleggers volgens VNO-NCW beter worden belast op het moment dat winsten daadwerkelijk worden gerealiseerd.
De notitie, die is gedeeld met verschillende Tweede Kamerleden en in handen is van het Financiële, stelt dat een vermogenswinstbelasting op lange termijn zowel economisch gunstiger is als meer belastingopbrengst oplevert. Volgens VNO-NCW remt het belasten van ongerealiseerde waardestijgingen de vermogensopbouw van huishoudens en daarmee ook investeringen in de economie. In de notitie wordt betoogd dat een heffing op gerealiseerde winsten – zoals rente, dividend en koerswinst bij verkoop – leidt tot een sterker zogenoemd rente-op-rente-effect. Doordat vermogen langer onbelast kan doorgroeien, zou het uiteindelijke vermogen van beleggers aanzienlijk hoger uitvallen dan onder het voorgestelde stelsel. Dat vertaalt zich volgens de werkgeversorganisatie ook in hogere belastingopbrengsten voor de overheid.
VNO-NCW presenteert berekeningen waaruit zou blijken dat over een periode van dertig jaar de opbrengst voor de schatkist bij een vermogenswinstbelasting circa een derde hoger kan uitvallen dan bij een systeem waarin jaarlijks papieren winsten worden belast. De organisatie plaatst daarbij vraagtekens bij de economische rationaliteit van het huidige wetsvoorstel voor box 3, waar de Tweede Kamer deze week over debatteerde. Dat voorstel belast koersstijgingen van onder meer aandelen en obligaties jaarlijks, terwijl voor vastgoed en belangen in start-ups pas bij verkoop wordt afgerekend.
Eerst hoger, dan lager
De notitie erkent dat een overstap naar een vermogenswinstbelasting in de eerste jaren kan leiden tot lagere belastinginkomsten. Demissionair staatssecretaris van Fiscaliteit Eugène Heijnen heeft dit gat eerder geraamd op meerdere miljarden euro’s in de eerste jaren. Volgens VNO-NCW is dat nadeel tijdelijk en weegt het niet op tegen de structurele meeropbrengst op langere termijn. Die extra opbrengst zou volgens de organisatie voldoende zijn om de aanvankelijke schuldopbouw weer af te lossen.
De analyse van VNO-NCW blijkt inmiddels ook politiek door te werken. Kamerleden van meerdere partijen hebben, mede naar aanleiding van de notitie, aangedrongen op nieuwe berekeningen van de budgettaire effecten van een vermogenswinstbelasting. Daarmee speelt de werkgeversorganisatie een zichtbare rol in de hernieuwde discussie over de toekomst van box 3.
Voor half maart
Of de notitie daadwerkelijk leidt tot een koerswijziging, is onzeker. Het huidige wetsvoorstel moet vóór half maart worden aangenomen om invoering per 2028 mogelijk te maken. Wel lijkt de discussie over een latere overstap naar een vermogenswinstbelasting door het VNO-NCW-pleidooi nadrukkelijk weer op de politieke agenda te zijn gezet.
Bron: FD