Rechter toetst zzp’er in de zorg: argumenten voor schijnzelfstandigheid houden geen stand

Hoe groot is het probleem van schijnzelfstandigheid in de zorg nu werkelijk? Is het überhaupt ooit een probleem geweest? Een nieuwe uitspraak van de Rechtbank Limburg laat opnieuw zien dat het frame waarmee de overheid en Belastingdienst zzp’ers in de zorg jarenlang verdacht hebben gemaakt, geen stand houdt. Ditmaal gaf de zzp’er in de zorg zélf aan schijnzelfstandig te zijn en eiste een dienstverband. Ook dan gaat de rechter er niet in mee. De zzp’er in de zorg werkt té zelfstandig.
Ook als de zzp’er zelf schijnzelfstandig wil zijn, lukt het niet
Een zelfstandige zorgprofessional is sinds 2024 ingeschreven bij de KvK en wordt in 2025 via een bemiddelaar door zorgorganisatie Pergamijn ingehuurd. Op een locatie voor complexe gehandicaptenzorg werd het vaste team aangevuld met zzp’ers die een periode opdracht kregen. Met een overeenkomst van opdracht a € 45 per uur koos de zzp’er de diensten zelf uit en mocht deze tot 24 uur vooraf de dienst annuleren. Als Pergamijn de overeenkomst in december 2025 beëindigt, verandert het standpunt van de zzp’er.
De zorgprofessional stelt dat hij geen zelfstandige was, maar werknemer. Hij vraagt de rechter om vast te stellen dat sprake was van een arbeidsovereenkomst en maakt aanspraak op onder meer loon en andere rechten. Maar zelfs op het moment dat de zzp’er zélf de rechter ervan probeert te overtuigen dat zijn zzp-constructie eigenlijk een dienstverband was, lukt dat niet. De kantonrechter kijkt naar hoe partijen daadwerkelijk hebben samengewerkt en concludeert dat de afspraken “precies” passen bij een samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Geen arbeidsovereenkomst dus, maar een overeenkomst van opdracht.
Rechter legt de zzp’er in de zorg langs de volledige meetlat
Hoe kwam de rechter tot een oordeel? Eerst werd vastgesteld welke rechten en verplichtingen de zzp’er en opdrachtgever met elkaar zijn overeengekomen. Daarbij kijkt de rechter niet alleen naar wat er op papier staat, maar ook naar wat partijen van elkaar mochten verwachten. Dit is de eerste fase van de beoordeling volgens de zogenaamde ‘Haviltex-maatstaf’; precies zoals het wel hoort.
Vervolgens wordt beoordeeld of die overeengekomen rechten en plichten ook daadwerkelijk de kenmerken hebben van een arbeidsovereenkomst. Hierbij worden de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest erbij gehaald. Dit is de zogenaamde ‘holistische toets’.
De rechter legt deze zzp’er in de zorg dus zorgvuldig langs de meetlat en laat van de argumenten tegen zzp’ers in de zorg weinig heel.
Zij aan zij ingebed werk betekent geen dienstverband
Jarenlang heeft het ministerie van SZW toegewerkt naar VBAR wetgeving waar ‘inbedding = dienstverband’ leidend zou worden. Vooral in de publieke sectoren zou schijnzelfstandigheid vanzelfsprekend zijn. Ook de Belastingdienst gebruikte in haar voorbeelden over de zorg ‘inbedding’ als belangrijk argument tegen zelfstandigheid in de zorg. De rechter stelt in deze uitspraak dat inbedding niet tot een dienstverband leidt. Bij verplegen, verzorgen en begeleiden is het volgens de rechter logisch dat verschillende werkvormen dezelfde werkzaamheden uitvoeren. “Dit is inherent aan de aard van de werkzaamheden.” Hetzelfde werk, op dezelfde plek, zij aan zij; het kan allemaal zonder dat daarmee een dienstverband ontstaat.
Werken volgens protocollen en rapporteren in het zorgplan van de organisatie betekent geen gezag
De Belastingdienst heeft jarenlang beelden de wereld in geslingerd dat zzp’ers in de zorg binnen een instelling protocollen en aanwijzingen zouden moeten volgen en dus gezag ervaren. Ook met deze aanname rekent de rechter af. De zzp’er moest zich bij Pergamijn houden aan het zorgplan en de geldende beroepsnorm. Dat leidde niet tot aparte regels of werkinstructies, want het zijn landelijke normen waaraan voldaan moet worden. “Dit duidt op een grote mate van autonomie en de afwezigheid van een gezagsverhouding”, aldus de rechter. Een zorgprofessional die volgens professionele standaarden werkt en rapporteert in een zorgplan, volgt dus niet automatisch instructies van een werkgever. ‘Hoe’ het werk gedaan wordt, bepaalt de zzp’er zelf, of op basis van landelijke normen.
Invallen bij piek en ziek binnen een rooster betekent geen dienstverband
Ook tijdelijke inzet bij openstaande diensten werd de afgelopen jaren steeds vaker in een frame van schijnzelfstandigheid geplaatst. In de VBAR opzet werd ‘structureel werk’ binnen een organisatie richting werknemerschap geduwd. Daarmee zou het voor opdrachtgevers moeilijker worden om zelfstandigen voor piek en ziek in te zetten. Bij Pergamijn gebeurde precies wat in de zorgsector gebruikelijk is. De planner deelde de openstaande diensten en de zzp’er koos welke diensten hij wilde aannemen. De rechter ziet daarin geen gezag, maar juist zelfstandigheid. “Het stond (persoon) vrij om een dienst al dan niet te accepteren”, zo geeft de rechter terug. Een openstaande dienst van een zorgorganisatie aannemen is dus iets anders dan het inroosteren van een eigen werknemer.
Werken binnen de muren van een zorgorganisatie betekent geen dienstverband
De Belastingdienst heeft vooral intramurale zzp-inzet jarenlang verdacht gemaakt. Dieptepunt was het doorstrepen van een intramurale modelovereenkomst door de Belastingdienst, door de data van goedkeuring te wijzigen. Zonder deze modelovereenkomst kon het verwijt richting zzp’ers in de zorg keer op keer herhaald worden. Wie als onderaannemer binnen zorgorganisaties werkzaam is, zit in een verkapt dienstverband. De rechter trekt een andere conclusie. “Er was geen sprake van een vast rooster of structurele inzet”, dus geen dienstverband. Werken binnen de muren van een zorgorganisatie maakt iemand nog niet tot ingebed onderdeel van de organisatie zoals een werknemer dat wel is.
Zelfstandig ondernemerschap telt volledig mee
Ingebed werk doen bij de opdrachtgever werd extra werd zwaar aangezet binnen de VBAR campagne, terwijl het ondernemerschap bij de beoordeling naar de achtergrond verdween. De Hoge Raad maakte al duidelijk dat daar geen juridische basis voor bestaat, maar dat werd genegeerd door het ministerie van SZW en de Belastingdienst. Deze kantonrechter doet nu precies wat een holistische beoordeling eist. Hij kijkt óók naar de ondernemer buiten de opdracht voor Pergamijn. Ja, een KvK-inschrijving, eigen bedrijfsnaam, een aansprakelijkheidsverzekering, eigen facturen, financieel risico en twee andere opdrachtgevers tijdens die vijf maanden maken volledig ondernemerschap. De rechter zegt dat de “(persoon) zich in het economisch verkeer als ondernemer heeft gedragen.” Ondernemerschap telt dus volledig mee.
Een uurtarief van € 45 per uur is ruimschoots voldoende voor ondernemerschap
Zijn zzp’ers in de zorg ‘kwetsbare’ ondernemers die te weinig verdienen? Nee. Ook het zzp tarief krijgt in deze uitspraak het gewicht dat het verdient. Het beeld van een ‘kwetsbare werkende’ die beschermd moet worden houdt geen stand. De zzp’er ontving € 45 per uur, slechts € 7 per uur meer dan het tarief voor ‘rechtsvermoeden’ van een dienstverband. Het verschil tussen het cao-loon van € 19,18 bruto per uur en de € 45 euro is voor de rechter geen detail, maar “op zichzelf al doorslaggevend” voor ondernemerschap. Want “het overeengekomen tarief past bij hetgeen een jonge zelfstandige kan vragen.”
De zzp’er in de zorg was nooit het probleem
Jarenlang is de zzp’er in de zorg behandeld als een arbeidsrechtelijk probleem dat geen bewijs nodig had. Intramuraal werken, zij aan zij naast vaste collega’s, werken in een rooster, rapporteren in een zorgplan en je moeten houden aan protocollen: het werd allemaal als wapen ingezet om de verdenking van schijnzelfstandigheid in de zorg te doen groeien. Het bewijs wijst inmiddels de andere kant op.
Deze nieuwe rechterlijke uitspraak onderstreept het bestaan van een onnodige anti-zzp campagne in de zorg. Een zzp’er met een praktisch beroepsdiploma die binnen de muren van een instelling werkt en als volledig zelfstandig gezien wordt. Buiten dienstverband, zonder gezag aan het werk. Zelfs als dit type zzp’er zélf vraagt om een dienstverband, komt het er nog niet. De rechter ziet ondernemerschap en geen gezag, dus geen dienstverband.
Tienduizenden zelfstandige zorgprofessionals zijn de afgelopen jaren verdacht gemaakt en opdrachtgevers hebben hun deuren gesloten als gevolg daarvan. Het juridische bewijs dat een gemiddelde zzp’er in de zorg schijnzelfstandig was kwam er nooit. Nu blijkt waarom. De zzp’er in de zorg is namelijk niet schijnzelfstandig. Dat is geen verassing.
Landelijke zorgkoepels stelden al eerder 23 kritische vragen aan de minister van SZW over de onterechte verwijten richting zzp’ers in de zorg. Deze vragen gingen precies in op hetgeen de rechter nu – opnieuw – recht zet. De Gehandicaptenzorg verloor ondertussen duizenden zzp’ers door de onzekerheid die gezaaid is door de Belastingdienst en het ministerie van SZW. De vraag is niet alleen of de beoordeling van de Belastingdienst over schijnzelfstandigheid in de zorg wel klopt, maar waar hij überhaupt vandaan kwam.
Bron: ZZP’er in de zorg .nl